Familie Soutberg
Den Helder
18 april Zaterdag 19 april 2008: Southwest Chief–Williams, AZ  20 april

Gepland:

Ervaringen:

Vroeg in de morgen worden we uitgerust wakker – we lopen qua bioritme nog steeds wat voor, want het is een uur of zes. Tegen half zeven horen we via de geluidsinstallatie een fluisterstem: “bacon …, eggs …, breakfast …”. Het is onze car attendant; net als de mensen van de dining car een ouwe rot in het vak die wel van een geintje houdt en tegelijkertijd goed op zijn gasten let. We laten ons het ontbijt goed smaken; het begin van een hele dag in de trein. Iets na achten maken we een tussenstop in La Junta, Colorado; een goede gelegenheid om een luchtje te scheppen en de benen te strekken in het felle zuidelijke zonlicht. We hebben sinds Chicago ongeveer 1000 mijl afgelegd. Ik maak van de gelegenheid gebruik om een foto van de locomotief te maken. Deze heeft qua uiterlijk betere dagen gekend, maar functioneert nog best.

Het valt ons op dat de meeste reizigers Amerikanen zijn: studenten op weg van of naar huis, echtparen op weg naar kinderen of ouders, mensen op weg voor hun werk. We lijken haast wel de enige buitenlanders in de trein.

De lunch gebruiken we samen met een echtpaar uit de buurt van Chicago. Ze zijn op weg naar de moeder van de echtgenoot en hebben nu eens voor Amtrak gekozen in plaats van een autorit. Het bevalt ze uitstekend; ze vinden het heel relaxed, en met de dure benzine is de treinreis ook financieel aantrekkelijker geworden. Van de benzineprijs hebben ze ook in het dagelijks leven last. De man is timmerman en moet iedere dag tientallen mijlen rijden naar de klus die hij onderhanden heeft. Zelfs met zijn kleine pickup kost dat honderden dollars per maand.

Intussen wordt het landschap droger en droger, en de dorpen gaan er al zuidelijker uitzien. We rijden een tijdlang parallel aan een interstate, en het valt ons op hoeveel grote campers er op weg zijn naar het noorden/oosten met een auto op sleeptouw. Zouden dat overwinteraars zijn die terugkeren naar hun “zomerresidentie”?

Onze lunchpartners stappen uit in Albuquerque; daar hebben we ook een lange pauze van 50 minuten vanwege crew change en bevoorrading. We kunnen even buiten het station de benen strekken en genieten van het schitterende weer. Onze car attendant maakt buiten een praatje met een oudere heer voor wie deze reis een hele onderneming is: hij loopt heel moeilijk, zelfs met een stok, maar dat belet hem niet met volle teugen te genieten. Tegen vijven vertrekken we, en terwijl we door New Mexico glijden dineren we met een echtpaar uit de streek; onderling spreken ze Spaans.

Intussen valt de avond, en de wolken suggereren dat er regen op komst kan zijn. Tot nu toe hebben we nog geen drup gehad, en ook deze avond zal het droog blijven. De wolken zorgen in ieder geval voor een mooie zonsondergang.

Het is donker geworden, en vrijwel op tijd stopt de trein op het station van Williams Junction. Althans, de trein stopt langs iets wat op een perron lijkt en verlicht wordt door een paar schijnwerpers. Er staat een oude Greyhound-bus die de vertrekkende passagiers heeft afgeleverd en de aankomende passagiers naar het stadje Williams zal brengen. Dit “station” is duidelijk een soort noodoplossing om Williams – een belangrijke uitvalsbasis voor de Grand Canyon – per trein bereikbaar te maken. Het heeft trouwens wel iets: de rit met de bus voert over een “primitive road” door de naaldbossen. Tegen tienen kunnen we inchecken in het Grand Canyon Railway Hotel. Voldaan gaan we slapen. Morgen wacht de trein naar Grand Canyon Village.